Welkom bij Buffel & de Bladluis en umami.school
meer smaak bij educatie
Wat?

      

  • Teksten over dieren, planten, landschappen, historie, gezondheid en nog veel meer. Zowel fictie als non-fictie.
  • Beeld: zelf maken, zoeken of laten maken.
  • Televisie, film
  • Tentoonstellingen
  • Powerpoint presentatie
  • Persberichten
  • Interviews
  • Advies
  • Creatieve denktank.
  • Biocheck, check welk dier er op die foto staat.

 

Voor het Nivon heb ik de teksten geschreven bij het Lange Afstand Wandelpad: Het Veluwe Zwerfpad. Een bijna 400 kilometer lange wandelroute kriskras over de Veluwe. Hieronder staat de tekst voor het traject Ermelo- Putten.

foto Kootwijkerzand



Ermelose Heide

Op dit traject kom je langs vier aanzien­lijke heidevelden: de Elspeetse Heide, de Westeindse Heide, de Ermelose Heide en de Groevenbeekse Heide. Bij twee van de heidegebieden is een schaapskooi met herder en kudde aanwezig. Op deze plek­ken heerst nog de sfeer van de grote stille heide met weidse vergezichten en de troosteloze verlatenheid van weleer. Veel vaker loop je echter door bossen die op de heide zijn aangeplant. Dat die bossen ooit uitgestrekte heidevelden waren blijkt alleen nog maar uit de naam of uit de kleine stukjes met heidestruiken die hier en daar tussen de boomstammen of langs het pad stand hebben gehouden.

De grote stille heide

Twee eeuwen geleden was de Veluwe bijna één groot glooiend heidegebied, slechts hier en daar onderbroken door stuifzand­vlaktes, met wallen omgeven akkers en enkele bossen die vooral uit eikenhakhout bestonden. De onafzienbare heidebegroei- ing had alles te maken met de manier waarop de boeren die aan de randen van de Veluwe woonden de woeste gronden destijds gebruikten: om schapen te hou­den en plaggen te steken. Onder de conti­nue begrazing en het met wortel en al wegsteken van het plantendek waren er maar weinig planten die het op de schrale, droge zandgrond uithielden. Hierdoor groeiden op grote delen van de Veluwe bijna uitsluitend taaie heidestruikjes, een in augustus paars bloeiende monocultuur die voor weinig anders te gebruiken was dan voor het hoeden van schapen en het houden van bijen. Zo hield het systeem zichzelf in stand.

Opkomst ...

Het houden van schapen nam na de Middeleeuwen een grote vlucht. In de Gouden Eeuw kwam er vanuit het rijke Holland grote vraag naar wol om laken van te maken, waardoor de schapenteelt een stuk profijtelijker werd. Omstreeks het jaar 1600 moeten er al honderdduizend schapen op de Veluwe hebben rondgelopen.

' Onder invloed van al die schapen zal de begroeiing snel veranderd zijn, waardoor het moeilijker werd om ander vee te hou­den. Voor de bemesting van het akkerland waren de boeren daardoor volledig afhan­kelijk geworden van de schaapskuddes.

Waarschijnlijk waren er dan ook evenveel schaapskooien als boerenerven op de Veluwe. Vanaf de namiddag werden de schapen in de kooi gestald, zodat hun uitwerpselen zich daar ophoopten. Als strooisel in de potstal waren de boeren heideplaggen gaan gebruiken, ander plantaardig spul was nauwelijks meer te halen uit het veld. Door het steken van plaggen verarmde de heidebegroeiing nog verder en ontstonden ook aanzienlijke stukken met stuifzand.

... en ondergang

Aan het einde van de negentiende eeuw stortte de schapenteelt volledig in. De prijs voor wol was sterk gedaald door het enor­me aanbod uit Nieuw-Zeeland en Aus­tralië. Daarnaast waren de boeren voor de bemesting van hun akkers niet langer afhankelijk van schapenmest, aangezien er ook andere betaalbare (kunst-)meststof- fen op de markt kwamen. Met de sterke terugloop van de schapenhouderij verloor de heide haar economische waarde. Vanaf circa 1900 begonnen grote ontginnings­maatschappijen zoals de Heidemij en Staatsbosbeheer op grote schaal bos aan te planten op de nutteloze heidegrond. Slechts een beperkt aantal heidevelden bleef bestaan, bijvoorbeeld omdat ze gebruikt werden als militair oefenterrein.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de overgebleven heide gekoesterd, deels omdat men inzag dat heide een bijzondere natuur- en cultuurwaarde heeft, maar vooral ook omdat het publiek de paarse heidevelden zeer waardeert.

 

Heidebeheer

Het valt echter niet mee om de heide zo mooi paars te houden. Zonder het vroe­gere boerengebruik van schapen hoeden en plaggen steken groeit de heide spoedig dicht met gras en boompjes. Daar komt bij dat er tegenwoordig veel meer meststoffen in de lucht ronddwarrelen dan vroeger, wat de groei van gras op de heidevelden sti­muleert. Om de vergrassing tegen te gaan hebben natuurbeheerders en gemeenten enkele schaapskuddes nieuw leven inge­blazen. Ook worden loslopende runderen, paarden of schapen ingezet om de heide te begrazen. Daarnaast is geëxperimenteerd met (machinaal) plaggen, diepmaaien (chopperen) en uittrekken van boompjes door vrijwilligers. Gezien de kosten van het onderhoud en de soms tegenvallende resultaten staat het heidebeheer geregeld ter discussie. Leuk om eens over te praten met een natuurbeheerder, een schaaps­herder, de plaatselijke VVV of een mede­recreant.

 



Interview met Christien Mouw-Dubbeldam Schaapsherder in Elspeet

Een uitgesproken rustgebied noemt herder Christien Mouw-Dubbeldam het dorp Elspeet en omgeving. Hier is geen drukte, geen vermaak, geen dorpsuitbreiding, maar de echte Veluwse sfeer van boeren met koeien, de kerk en de omringende natuur. 'Vierhouten heeft de naam van authentiek Veluws dorp, maar Elspeet heeft het echt. Hier is geen nep. Zelfs in de supermarkt heerst de gemoedelijke dorpssfeer, zelfs middenin het toeristenseizoen. En dat is met een kaarsje te zoeken in Nederland.' Christien kan het weten. Ze woont zeker dertig jaar in Elspeet. Trouwde er met Cos, een boer die zo'n echte boerenschaapskooi had, met wat koetjes op de deel. Sinds 1989 heeft Christien officieel het hoeden van de schapen van haar man overgeno­men. Daarvoor deed ze het eigenlijk ook al. Maar 16 jaar geleden is voor eens en altijd afgesproken dat Cos zich verder bezighoudt met het werk in de kooi en dat zij de kudde doet. Cos hield er niet zo van om naar buiten te gaan.Terwijl Christien het heerlijk vindt. Elke ochtend trekt ze er vol verwachting op uit, 365 dagen per jaar, met op het moment 164 schapen. Met zonneschijn, maar liever nog met mist? sneeuw of regen - als het doodstil is op de heide en roofvogels je enige metgezellen zijn, terwijl de schapen onverstoorbaar naar voedsel zoeken. Elke dag is de natuur weer anders en geeft ze iets van haar geheimenissen prijs.

Christien ontmoet wel medemensen op de hei. Vooral als ze tegen het middaguur de kooi nadert. Ze maakt dan ook een vrien­delijk praatje. Maar diep in haar hart vindt ze het vaak zonde. Weer vijf minuten stilte gemist. Ze heeft ook wel medelijden met zo'n echtpaar uit de stad. Die komen hier voor de rust en de stilte, maar kunnen geen moment hun mond houden. Gelukkig ben je op de Elspeetse Heide al snel uit het zicht. De mensen vragen dan wel als ze haar bij de kooi zien: 'Christien waar was je toch. Ik heb je de hele week niet gezien.' Terwijl ze toch echt elke ochtend met de schapen door de natuur zwerft. De herder blijft zich verbazen over de toeristen. Geregeld barst er een man plots in huilen uit als-ie een van haar lammetjes mag aaien. Maar ja, zoals haar zoon altijd zegt: 'De mensen die hier naartoe komen zijn een apart slag. De gewone man zit in de vakantie lekker op Ibiza of zo.'

Hulshorst

Hulshorst, als vergeten ijzer is uw naam, binnen de dennen en de bittere coniferen, roest uw station; waar de spoortrein naar het noorden met een godverlaten knars stilhoudt, niemand uitlaat niemand inlaat, o minuten, dat ik hoor het weinig waaien als een oeroude legende uit uw bossen: barse bende rovers, rans en ruw uit het witte veluwhart.

Gerrit Achterberg

De schapen die van oudsher op de Veluwe gehou­den werden behoren tot een apart ras, dat nauw verwant is aan het Kempische heideschaap. Het is een behoorlijk ruig ras dat kan overleven op de schrale, met hei begroeide zandgronden. De ram­men hebben kleine knopvormige hoorns, de ooien zijn ongehoornd. De vrouwtjes werpen ge­woonlijk vanaf eind januari. Ze krijgen meestal één jong. De lammetjes blijven tot maart op stal, daarna mogen ze met de kudde mee de hei op. Gemiddeld graast een volwassen schaap daar zo'n zeven kilo aan gras, heideplanten en jonge boompjes. De mest die tien schapen op dat dieet produceren was vroeger voldoende om een hec­tare akkerland vruchtbaar te houden. Vanwege de bemesting liepen er in 1910 nog zo'n 10.000

Alhoewel ze een geboren herder van de Veluwe lijkt, is Christien op een heel an­dere plek ter wereld gekomen: op Papoea Nieuw-Guinea. Pas op haar achtste komt ze in Nederland terecht als het gezin Dubbeldam naar Zoutelande in Zeeland verhuist. Daar zwerft Christien altijd rond over het strand en de smalle duinenrij, waarbij ze geregeld vergeet om naar school te gaan. Iets later verruilen ze de kust voor de bossen van de Veluwe. Dat is beter voor de gezondheid van haar vader. Christien blijft een echt buitenmens en wil het liefst naar de bosbouwschool. Maar aangezien die dan alleen nog voor jongens is, kiest ze met enige weemoed voor het onderwijs. Ze komt al snel op een school in Elspeet terecht, waar ze kennismaakt met Cos. Bij zijn schaapskooi komt Christiens drang om altijd maar buiten te struinen goed van pas. Ze neemt de kudde steeds vaker onder haar hoede en wordt uiteindelijk herderin - volgens eigen zeggen de enige echte van Nederland. Dat echte heeft te maken met het feit dat Christien niet in dienst is bij een stichting of een andere instelling, maar volledig moet leven van wat de schapen opleveren. Dat is naast de wol en het vlees vooral een tegemoetkoming van de gemeente Nunspeet voor het heidebeheer dat ze voert door de schapen op de 400 hectare gemeentegrond te laten grazen. Als je het geluk hebt om bij Christien thuis te mogen komen, zie je gelijk dat die vergoeding geen vetpot is. In de bescheiden huiskamer annex keuken, bed­stee en bijkeuken waar de honden verblijven wordt nog gekookt op een petroleumstel. Over de toekomst maakt Christien zich weinig zorgen. Zolang je kunt genieten van de geheimenissen van de natuur ben je een rijk mens. En de natuur bij Elspeet zal niet zo snel veranderen. Het is een gesloten gemeenschap. De mensen staan niet open voor al die nieuwlichterij. Kleine zaakjes zijn verdwenen en voorlopig komt er niets bij. Eigenlijk is het alleen maar stiller en rustiger geworden.

 
I Kijkpunten i.Schaapskooi Stakenbergweg

Bij het verlaten van het dorp Elspeet, aan het begin van de Stakenbergweg, komt u langs de schaapskooi, van waaruit de Elspeetse Heide wordt begraasd. De kudde zwartgekopte schapen is tot een uur of tien 's morgens en na vier uur 's middags bij de kooi te vinden.

2. Elspeetse Heide

Dit heidegebied is bijzonder lang door boeren uit Elspeet gebruikt om aan schapen- mest voor de akkers te komen. Tot vlak voor de Tweede Wereldoorlog hielden zij nog schaapskud­des die overdag over de glooiende heide liepen. Daarna is het begrazen van de heide overgenomen door een kudde die grotendeels betaald wordt door de ge­meente Nunspeet.

I. Westeindse Heide

Het bos waar u na het over­steken van de Stakenberg­weg doorheen loopt is aan het begin van de twintigste eeuw in grote vierkante vak­ken aangeplant op de heide. Op diverse plekken is dat nog duidelijk te zien aan de heidestruikjes in de onder­groei. Tot 1995 was het bos en de overgebleven heide van de Westeindse Heide in gebruik als militair oefen- gebied. Het hoorde bij de Generaal Winkelmankazer­ne die aan de noordzijde van de Elspeetse Heide lag en in 2004 is gesloopt. De omlig­gende oefenterreinen zijn in een natuurlijke staat terug­gebracht, waarbij 100 kilo­meter tankbaan is verwij­derd.

2. Hulshorsterzand

Het pad loopt langs de grens van het Hulshorsterzand van Natuurmonumenten. Halverwege de negentiende eeuw was dat een bijna boomloos stuifzandgebied van bijna dertig kilometer lang en drie kilometer breed. Bebossingen hebben de zandzee grotendeels vastge­legd. Met name door de aan­leg van een brede bosstrook langs de Klarenweg in 1910 is het gevaar van overstui- vingen sterk afgenomen, aangezien de stuifzand- strook daardoor in tweeën werd gedeeld. Later heeft Natuurmonumenten de bosstrook weer gedeeltelijk gerooid om het overgeble­ven stuifzand nieuw leven in te blazen.



Kijkpunten I. Tafelberg

De Tafelberg is een opgesto­ven hoogte met steile hellin­gen en een vlakke, plateau­achtige top. In de twintigste eeuw is de stuifzandberg vol­ledig begroeid geraakt met bos. Op de flanken heeft zich een dicht tapijt van kraaihei- de gevormd. 2 Leuvenhorst Het zeer uitgestrekte land­goed Leuvenhorst bestaat grotendeels uit stuifzandbe­bossing. De padenstructuur en het bos zijn dan ook een stuk grilliger dan bij heide- bebossingen. Het bijna 1100 hectare grote Leuvenhorst is in 1977 aangekocht door Natuurmonumenten. Om aan het benodigde geld (zo'n 3,5 miljoen euro) te komen, is destijds een grote pu­blieksactie gehouden onder de naam 'geef om de natuur'. Door de aankoop ontstond er een groot aaneengesloten natuur-gebied aan weerszij­den van de Leuvenumse Beek.

3. De Zandmolen

De Leuvenumse Beek is de langste en belangrijkste beek van de Veluwe. De beek be­gint als Staverdense Beek (zie blz. 123) bij het Uddeler- meer en mondt als de Hier­dense Beek uit in het Veluwe- meer. Aan de Leuvenumse Beek hebben in het verleden diverse watermolens gestaan. In het huisje de Zandmolen zijn oude gevelstenen van die molens verwerkt.

 

Kijkpunten I. De Zwarte Boer

De bekende uitspanning De Zwarte Boer was van oorsprong (1855) een boer­derij die al spoedig dienst deed als herberg toen in 1859 de Postweg tussen Harderwijk en Elspeet over het landgoed Leuvenum kwam te lopen. De boer annex herbergier schijnt een opvallende zwarte baard gehad te hebben.

2. Landgoed Leuvenum

Het circa 500 hectare grote landgoed Leuvenum be­stond al in de dertiende eeuw. De naam is mogelijk een samentrekking van de woorden 'heim' (woning) en 'leve' (heuvel). Het middel­eeuwse 'huis op de heuvel' heeft vlakbij de plek gestaan waar nu De Zwarte Boer is. Het nieuwe Huize Leuve­num is in 1923 op een ande­re plek gebouwd.

3. Romeins marskamp

Op de Ermelose Heide ligt een bijzonder groot aantal prehistorische grafheuvels. Uniek voor Nederland is de aanwezigheid van een Ro­meins marskamp. In het met greppels en aarden wallen omgeven veld van ongeveer 350 bij 250 meter moeten destijds duizenden Romeinse soldaten zijn gelegerd, zo'n 50 kilometer ten noorden van hun vaste stellingen langs de Rijn.

 

 


Witte wieven

De bekendste geesten die af en toe op stille plek­jes op de Veluwe rondwaren zijn de witte wieven of juffers. Deze schimmige verschijningen beho­ren vaak toe aan een zielsbedroefde jonkvrouw die geen rust vond na haar dood, zoals de Juffer van Grunsfort (voormalige burcht bij Renkum), Eleanora van Staver(d)en, het Soerens spin- vrouwtje en het Witte Wief van Huize Kernhem. Hoe de witte wieven eruitzien heeft Jac. Gazen­beek vrij precies beschreven:

'In de avondschemering sluipen ze uit hun vochtige holen en glijden zonder gerucht over de geurige bosgrond, ze zweven tussen strui­ken en bomen door, om naar de open heide te dwalen [...] Als er een storm opsteekt, jagen ze mee met de wind, dan ijlen ze voort met wapperende witte haren, dan rekken ze hun dunne lijven en soms weerklinkt bij een ver afgelegen boerderij, een schrille kreet... Maar voordat de dageraad het oosten doet blozen, zijn de witte wieven alweer terugge­keerd naar hun verblijfplaatsen.'